Mensenhandel is het werven, vervoeren, overbrengen, opnemen of huisvesten van een persoon, met gebruik van dwang en met het doel die persoon uit te buiten. Dwang kan onder andere bestaan uit dreiging met geweld, ontvoering, bedrog, misleiding, machtsmisbruik of misbruik van een kwetsbare positie. Uitbuiting kan gaan om seksuele uitbuiting, arbeidsuitbuiting, uitbuiting voor criminele activiteiten en orgaanhandel. Mensenhandel is strafbaar gesteld in artikel 273f Wetboek van Strafrecht.

In 2014 zijn er 1.561 slachtoffers aangemeld bij CoMensha, het Coördinatiecentrum Mensenhandel. De meeste slachtoffers zijn (jong) volwassen. 39 slachtoffers zijn veertien jaar of jonger en 179 slachtoffers zijn tussen de 15 en 18 jaar oud. Ongeveer 30 procent van de slachtoffers heeft de Nederlandse nationaliteit. Andere top-herkomstlanden zijn Roemenië, Bulgarije, Hongarije en Polen. Een grote groep slachtoffers komt uit Afrika, uit landen als Nigeria, Guinee, Eritrea en Sierra Leona.

De meeste vrouwelijke slachtoffers van mensenhandel werden in 2014 uitgebuit in de seksindustrie. Mannen waren vaker slachtoffer van arbeidsuitbuiting, maar ook uitbuiting in de seksindustrie komt voor.

In 2014 heeft Fier 42 slachtoffers van buitenlandse mensenhandel en 106 slachtoffers van binnenlandse mensenhandel opgevangen. Daarbij heeft Fier 9 kinderen van slachtoffers van mensenhandel opgevangen. Fier heeft 105 slachtoffers van buitenlandse mensenhandel ambulant begeleid, 71 vrouwen en 34 mannen. Daarvan was 8% jonger dan 18 jaar, 52% tussen de 18 en 23 jaar en 40% ouder dan 23 jaar.

Mensenhandel moet onderscheiden worden van mensensmokkel. Bij mensensmokkel wordt illegaal een staatsgrens overschreden. Dit geldt als misdrijf tegen de staat. Bij mensenhandel worden mensen voor economisch gewin uitgebuit. Dit geldt als een misdrijf tegen de persoonlijke vrijheid.


De negen belangrijkste gesignaleerde ontwikkelingen in 2014 in het kort samengevat:

1. Meer slachtoffers van mensenhandel aangemeld.
In 2014 zijn er 1.561 slachtoffers aangemeld bij CoMensha.
In 2013 waren dat er 1.437. Een toename van 9 procent.

2. Verzoeken om opvang: 191
CoMensha heeft in 2014 voor 191 cliënten opvang gezocht. Van de 191 cliënten konden 122 cliënten worden geplaatst in de Categorale Opvang voor Slachtoffers van Mensenhandel (COSM). In de loop van het jaar hebben 34 cliënten afgezien van opvang. Voor tien cliënten kon een noodbed worden geregeld en de overige 24 konden worden geplaatst in de vrouwen- of maatschappelijke opvang.

3. Regiocoördinatoren hebben gezamenlijk 1.049 cliënten begeleid
In 2014 hebben de tien regiocoördinatoren mensen handel gezamenlijk 1.049 slachtoffers van mensen handel begeleid. Friesland, Rotterdam, Den Haag en Groningen hebben naar eigen opgave de meeste cliënten begeleid.

4. Vraag naar eigen woonruimte in kader van taakstelling groter dan aanbod
In 2014 hebben 55 cliënten zich bij CoMensha aangemeld voor eigen woonruimte. Het gaat hierbij om cliënten die in de opvang verblijven en klaar zijn om zelfstandig te gaan wonen. Gemeenten hebben hiervoor sinds 2012 een taakstelling. In dat kader hebben 24 cliënten in 2014 een eigen woning toegewezen gekregen. De vraag naar woningen is sinds 2012 groter dan het aanbod.

5. Politie meldt meeste slachtoffers van mensenhandel aan
In 2014 heeft de politie met 45 procent de meeste meldingen gedaan van slachtoffers, gevolgd door de marechaussee met 19 procent en de regiocoördinatoren mensenhandel met 13 procent.

6. Meeste slachtoffers hebben Nederlandse nationaliteit
Ongeveer 30 procent van de bij CoMensha aangemelde slachtoffers van mensenhandel heeft de Nederlandse nationaliteit. Daarmee is deze groep in 2014 net als voorgaande jaren het grootst.

7. Meeste vrouwen worden uitgebuit in prostitutie, meeste mannen in ‘gereguleerde’ arbeid of dienstverlening.
De slachtoffers van mensenhandel werden in 2014 het meest uitgebuit in de prostitutie (77% van de vrouwelijke slachtoffers) en in de gereguleerde arbeid of in de dienstverlening (58% van de mannelijke slachtoffers).

8. Meeste slachtoffers van mensenhandel(jong) volwassen
De meeste slachtoffers van mensenhandel zijn (jong) volwassen. Bij de mannen is de grootste leeftijdsgroep die in 2014 werd aangemeld tussen de 31 en 40 jaar (totaal 68 mannen), bij de vrouwen is dat tussen de 24 en 30 jaar. Bij hen gaat het om 380 vrouwen. In 2013 was deze groep ook het grootst, toen ging het om 362 vrouwen.

9. Meer slachtoffers van loverboytechnieken aangemeld
In 2014 heeft CoMensha 216 slachtoffers van loverboytechnieken geregistreerd. Dit is een stijging ten opzichte van 2013 toen in 196 gevallen werd aangegeven dat er sprake was van loverboytechnieken. In 2012 was dit in 278 meldingen het geval.

bron: Comensha jaarverslag 2014 / CKM